Kwaliteitscriteria VROM-taken

Uit ArenaWiki

(Doorverwezen vanaf Kwaliteitscriteria)
Ga naar: navigatie, zoeken

Deze pagina bevat de kwaliteitscriteria voor de uitvoering van VROM-taken.

Ontwikkeling kwaliteitscriteria Transitieprogramma
Het rapport van de projectgroep ‘ontwikkeling kwaliteitscriteria’ beschrijft de kwaliteitscriteria voor de VROM-regelgeving waaraan uitvoeringsorganisaties per 1 januari 2011 moeten gaan voldoen. De criteria gelden zowel voor autonome uitvoeringsorganisaties als regionale uitvoeringsdiensten (omgevingsdiensten). Daarbij is een onderscheid gemaakt in criteria voor:
  1. de kritieke massa wat betreft deskundigheid
  2. het waarborgen van de processen
  3. inhoudelijk eisen hieraan

Begin november 2010 is door de VNG de rapportage 'Eindrapport output en outcome gerichte kwaliteitscriteria'. Zie ook hieronder.


Op 16 december 2009 werd deel A van de rapportage met de definitieve criteria (versie 2) beschikbaar gesteld. Dit deel A van het rapport geeft een algemene beschrijving van de achtergrond, motivatie, opzet en inhoud van de criteria. Deel B van het rapport bevat de uitgewerkte criteria zelf. De aanbiedingsbrief van KPMG aan het Ministerie van VROM is hier te vinden.


Voor het doorrekenen van de consequenties van de kwaliteitscriteria voor milieudiensten, gemeenten en provincies heeft Arena Consulting een 'Quickscan basistaken en kwaliteitscriteria' ontwikkeld. Met behulp van deze quickscan kan iedere organisatie zich zelf de maat nemen. De scan kan uitgevoerd worden op organisatieniveau, maar ook door meerdere organisaties (bijvoorbeeld op het niveau van de RUD). Het downloaden van de scan kan hier.


Inhoud

Criteria voor de Kritieke massa

Met de kwaliteitscriteria voor kritieke massa kan een antwoord gegeven worden op de vraag of een organisatie in principe in staat is om de taken en onderliggende operationele activiteiten uit te voeren, gegeven de minimaal benodigde deskundigheid (opleiding, ervaring en kennis) voor de uitvoering van deze taken en de continuïteit daarvan.

Voor een gedetailleerde uitwerking van de spelregels en uitgangspunten verwijzen wij u naar hoofdstuk 3 van deel A en hoofdstuk A van Deel B. Hierin zijn de gedetailleerde deskundigheidstabellen voor kritieke massa opgenomen. De criteria voor de kritieke massa zijn opgebouwd uit onderstaande deskundigheden.

  • A1. cluster generieke deskundigheden
    • 1.1 Casemanagen enkelvoudig
    • 1.2 Casemanagen meervoudig
    • 1.3 Vergunningverlening bouwen
    • 1.4 Toezicht en handhaven bouwen
    • 1.5 Vergunningverlening milieu
    • 1.6 Toezicht en handhaven milieu
    • 1.7 Ketentoezicht
  • A2. cluster juridische deskundigheden (incl. BOA’s)
    • 2.1 Behandelen juridische aspecten handhavingszaken
    • 2.2 Behandelen juridische aspecten vergunningverlening
  • A3. cluster Specialistische deskundigheden
    • 3.1 Afvalwater (indirecte lozingen)
    • 3.2 Bodem en bouwstoffen
    • 3.3 Bouwfysica
    • 3.4 Brandveiligheid
    • 3.5 Constructieve veiligheid
    • 3.6 Externe veiligheid
    • 3.7 Geluid bouwakoestiek
    • 3.8 Geluid milieu en ruimtelijke ordening
    • 3.9 Groen en ecologie
    • 3.10 Lucht
    • 3.11 Monumentenzorg
    • 3.12 Sloop en asbest

Criteria voor Borging proces

De procescriteria beschrijven de eisen die gesteld worden aan de beleidscyclus. Door de criteria te volgen wordt de cyclus die begint met het opstellen van het beleid (het strategisch beleidskader) en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van het beleid gesloten. De Bevoegd Gezag organisaties dienen aan deze criteria te voldoen. Zie ook hoofdstuk 5 van deel A. De kwaliteitscriteria voor het proces zijn uitgewerkt in hoofdstuk B van Deel B.

  • B1. cluster rapportage en evaluatie
    • 1 Verantwoording van inzet, prestaties en resultaten
    • 2a Probleemanalyse vergunningverlening
    • 2b Probleemanalyse toezicht en handhaving

3 Vergelijking en auditing

  • B2. cluster strategisch beleidskader
    • 4a Vergunningverlening: prioriteitenstelling en meetbare doelstellingen
    • 4b Toezicht en handhaving: prioriteitenstelling en meetbare doelstellingen
    • 5 Vastleggen van benodigde capaciteit in de begroting
    • 6 Vastleggen van benodigde financiële middelen in de begroting
  • B3. cluster operationeel beleidskader
    • 7a Vergunningverlening: strategie vergunningverlening
    • 7b Toezicht en handhaving: nalevingsstrategie
    • 8a Beleid ruimtelijke ordening
    • 8b Toezicht en handhaving: toezichtstrategie
    • 9a Vergunningverlening; objectieve criteria
    • 9b Toezicht en handhaving: sanctiestrategie
    • 10 Toezicht en handhaving: gedoogstrategie
  • B4. cluster planning & control
    • 11 Borging personele en financiële middelen
    • 12 Uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening en handhaving
    • 13 Organisatorische condities
    • 14 Kwaliteitsborging
  • B5. cluster voorbereiden
    • 15a Vergunningverlening: protocollen en werkinstructies
    • 15b Toezicht en handhaving: protocollen en werkinstructies
    • 16 Interne en externe afstemming
    • 17 Protocollen voor communicatie, informatiebeheer en informatieuitwisseling
  • B6. cluster uitvoeren
    • 18 Uitvoeringsondersteunende voorzieningen
  • B7. cluster Monitoren
    • 19 Monitoren
    • 19a Vergunningverlening: elementen waarop monitoring gericht is
    • 19b Toezicht en handhaving: elementen waarop monitoring gericht is

Inhoudelijke criteria

Om de criteria voldoende robuustheid mee te geven is er voor inhoud en prioriteiten een inhoudelijke ondergrens vastgesteld. De kwaliteitscriteria voor de inhoudelijke kwaliteit en prioriteiten zijn verwerkt en nader gespecificeerd in de procescriteria tabellen als opgenomen in hoofdstuk C van Deel B.

  • C1 Inhoudelijke elementen probleemanalyse, beleid, strategie en (uitvoering) programma
  • C2 Toets- en toezichtprotocol
  • C3 Wijze van toezicht ter plaatse
  • C4 Landelijke sanctiestrategie
  • C5 Landelijke prioriteiten


Aanpassing van de - concept - kwaliteitscriteria

Toets der Kwaliteit; ex ante beoordeling kwaliteitscriteria omgevingsrecht
De concept criteria waren in de periode 1 oktober 2009 tot en met 14 oktober opengesteld voor reacties. De reacties zijn door Arena Consulting in opdracht van het IPO geanalyseerd en gebundeld in de rapportage 'Toets der kwaliteit; ex ante beoordeling kwaliteitscriteria omgevingsrecht'. Op grond van de reacties en de analyse daarvan, zijn zeven aanbevelingen geformuleerd voor de totstandkoming van de definitieve criteria. Deze aanbevelingen zijn door KPMG gebruikt voor de uitwerking van de criteria in versie 2.


Aanbeveling 1: zorg voor een goede een eenduidige toelichting
Er zijn veel onnodige misverstanden en uiteenlopende interpretaties van de opzet en uitleg van de criteria. Zorg dus voor een goede toelichting bij de interpretatie, reikwijdte en het gebruik van de criteria.


Aanbeveling 2: gebruik criteria primair als diagnose-instrument
Gebruik de kwaliteitscriteria in dit stadium vooral als diagnose-instrument om te bepalen waar de kritische aspecten zitten in de organisatie. Presenteer het zo naar gemeenten (en provincies) en maak het daarvoor ook geschikt. Kwaliteitsverbetering moet een door de organisaties zelf gedragen proces zijn. Met de huidige perceptie van de kwaliteitscriteria, kunnen ze die rol niet vervullen.


Aanbeveling 3: focus op methodologische verbetering criteria
Er zijn vele inhoudelijke en methodologische opmerkingen gemaakt bij de criteria. Op enkele specifieke punten na (zoals bijvoorbeeld de aandacht- en eisen voor BOA’s) gaat het vooral om verfijning van de criteria en tasten deze de essentie niet aan. Belangrijkste noodzakelijke aanpassingen – los van hoe het vervolgproces eruit komt te zien – zijn methodologisch van aard


Aanbeveling 4: start proces met goede foto van de feitelijke situatie
Breng bij de nulmeting vooral in beeld wat de feitelijke situatie is en focus in het vervolgtraject op het aanbrengen van verbetering in de meest urgente situaties (slechte prestaties, specifieke eisen als waarborgen voor beschikbaar expertise etc.). De norm in de criteria geldt daarbij meer als referentieniveau (‘benchmark’) dan als ‘zeef’ om te bepalen of een gemeente taken en expertise moet onderbrengen bij een regionale uitvoeringsorganisatie.


Aanbeveling 5: zorg voor een instrument dat het volume transparant maakt
Zorg daarom dat bij de nulmeting een instrument beschikbaar is om transparant te maken wat a) het huidige volume van expertise is en b) wat een bij specifieke situatie passend (globaal) referentieniveau voor het gewenste volume is.


Aanbeveling 6: ga uit van een gefaseerd implementatieproces
Breng een samenhangende fasering en realistisch tijdpad aan in het implementatieproces die er samengevat als volgt uit ziet:
* Fase 1: kwartiermaker (2009/2010)
* Fase 2: ‘maken foto’ (1e helft 2010)
* Fase 3: lerende implementatie (2010/2011)
* Fase 4: tussenmeting (2012)
* Fase 5: focus in implementatie (2013/2015)
* Fase 6: nazorg en beheer (vanaf 2015)


Aanbeveling 7: zorg voor een vliegwielregeling
Denk na over een vliegwielregeling die dient ter stimulering van degenen die snelheid in het verbeteren en borgen van de kwaliteit beloont. Bijvoorbeeld in de vorm van (extra) financiële ondersteuning.


De aanbevelingen uit de rapportage 'Toets der kwaliteit; ex ante beoordeling kwaliteitscriteria omgevingsrecht' zijn besproken in het bestuurlijk overleg op 21 december 2009 en van 27 januari 2010 over de package deal / regionale uitvoeringsdiensten. Ten aanzien van de toepassing van kwaliteitscriteria op de taken die bij gemeenten achterblijven (de taken die niet zijn opgenomen in het basistakenpakket) is bij het bestuurlijk overleg afgesproken te wachten op de resultaten van de werkconferentie en de besluitvorming daarover tijdens het volgende bestuurlijk overleg eind maart 2010. Voor de taken die bij de RUD worden ondergebracht, is geconcludeerd dat de kwaliteitscriteria zoals beschreven in het KPMG-rapport, worden gebruikt als referentiekader om de inrichting en levensvatbaarheid van de te vormen RUD’s door te rekenen.


Output en outcome gerichte criteria

Op 16 november 2010 is door de VNG de rapportage 'Eindrapport Output en Outcome gerichte kwaliteitscriteria; Ontwikkeling van prestatie indicatoren - Prestatie indicatoren voor ontwikkeling' gepresenteerd. Dit tezamen met de Bestuursnotitie van november 2010. De versie van juli 2010 was al eerder op internet geplaatst.


In 2009 stelde KPMG criteria op voor input en (deels) voor proces en througput. Afgesproken is dat deze criteria als referentiekader worden gebruikt voor de doorrekening van de levensvatbaarheid van de Regionale uitvoeringsdiensten (RUD) en dat ze als input dienen voor de achterblijvende taken bij gemeenten (zelfevaluatie). In de Wabo, het Besluit omgevingsrecht (BOR) en de ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) zijn wettelijke criteria over proces en througput opgenomen. De KPMG-criteria en de wettelijke criteria voldeden niet helemaal aan de behoefte van het lokale bestuur, vandaar de output- en outcome-criteria. De VNG criteria zijn complementair aan de KPMG-criteria.


Bij het maken van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven gaat het uiteindelijk om het effect voor de maatschappij (outcome). Dat effect wordt bereikt via bepaalde maatregelen c.q. activiteiten (output). Om die maatregelen goed uitgevoerd te krijgen heb je een goed werkproces nodig (proces en throughput). Om het proces goed te laten verlopen heb je de juiste mensen en voldoende middelen nodig (input).


Het rapport moet nog bestuurlijk worden vastgesteld tijdens een overleg met het rijk, het IPO en de VNG. Over de uiteindelijke status van de output- en outcome-criteria is nog geen besluit genomen, de VNG zet in op ‘sterk aan te bevelen’.

Persoonlijke instellingen